De kracht van het jongerenwerk in het wijkteam

De kracht van het jongerenwerk in wijkteams.

Sinds de transitie een feit is wordt vrijwel overal de zorg aan jeugd vanuit de gemeente vorm gegeven door middel van wijkteams. Diverse disciplines die zich verbinden en buigen over jeugd en hun gezin en de (hulpverlenings)vraagstukken die daarin leven.

De rol van het jongerenwerk in dergelijke wijkteams loopt erg uit een. In enkele gemeente vormen jongerenwerkers de spil van het wijkteam, maar niet zelden is het jongerenwerk maar aan de rand betrokken. Of erger nog, helemaal niet in de picture.

Er zijn diverse redenen waarom dit zo is. Van oudsher speelt de discussie of jongerenwerk nu wel of geen hulpverlening is. In gemeenten die het jongerenwerk totaal niet zien als hulpverlening (of hulpverlenend actief) zal de kans kleiner zijn dat het jongerenwerk onderdeel uitmaakt van het wijkteam. Meestal wordt het jongerenwerk wel gevraagd om activiteiten te doen, maar dat is dan meer in opdracht van het wijkteam. Ze maken er geen onderdeel van uit.

Een andere, wellicht belangrijkere, reden dat het jongerenwerk niet altijd onderdeel is van wijkteams ligt gelegen in het feit dat het jongerenwerk onvoldoende geprofileerde identiteit kent. Anders gezegd mensen weten simpelweg niet goed genoeg wat ze aan het jongerenwerk kunnen hebben en wat ze kunnen betekenen.

De laatste belangrijke reden is gelegen in het feit dat het jongerenwerk helaas nog niet altijd haar eigen identiteit kent. Gebrek aan eenduidige opleidingsachtergrond en opdracht is niet elke jongerenwerker in staat dezelfde taak te volbrengen.

Dit alles is vanuit de optiek van het wijkteam maar ook het jongerenwerk zelf dood en dood zonde.

Van alle beroepsgroepen die actief zijn met en rondom jeugd kan het jongerenwerk namelijk iets wat uniek is. Dit kan zij niet omdat zij beter is dan de andere beroepsgroepen, maar omdat zij een andere gelegenheid gegeven is. De gelegenheid om aansluiting te zoeken met jeugd met maar één primaire reden; de aansluiting zelf. Oftewel present werken in de zuiverste vorm van het woord.

Vrijwel elke andere beroepsgroep die werkt met jeugd heeft daarvoor een concrete aanleiding nodig. Of dit nu een hupvraag is, een didactische doelstelling (onderwijs) of iets anders er is vrijwel altijd een heldere aanleiding. Het jongerenwerk heeft deze aanleiding niet nodig om contact te maken. Het gaat in eerste instantie om het contact zelf. Anders gezegd er zit ongelooflijk veel effectiviteit in doelloze aansluiting. Dit klinkt als een paradox, maar een ieder die zijn werken met jeugd present heeft ingericht kent de impact van deze uitspraak in de praktijk.

Deze doelloze aansluiting mag niet worden onderschat. Veel jongeren en gezinssystemen die in de knel zitten, kennen een stevige mate van wantrouwen. Wantrouwen naar de buitenwereld in het algemeen en naar overheden en instanties in het bijzonder. Dit wantrouwen zorgt er voor dat mensen vaak stranden in systemen en loketcultuur en geen duurzame aansluiting kunnen vinden bij hulp aanbod.

Presentie bestaat echter niet alleen uit doelloze aansluiting, het gaat ook om aansluiting in het domein van de ander. Veel aanbod wat we creëren voor jeugd wordt op dusdanige wijze georganiseerd dat de jongere naar een locatie toe moet. Dit werkt voor veel jongeren enorm drempel verhogend.

Een goede jongerenwerker zal zich altijd verbinden met het domein van de jongeren zelf. Of dit nu de straat is, een school, een hangplek of iets anders. Anders gezegd jongerenwerk heeft de gelegenheid om jongeren te volgen in plaats van andersom. Dit geeft een enorm voordeel. Jongerenwerkers kunnen jongeren zien in hun ‘oorspronkelijke doen’. zonder opsmuk. Dit levert vaak hele andere gedragingen op. Dit kan gekaderde hulpverlening nooit vervangen, maar bijvoorbeeld wel de gelegenheid geven om te monitoren wat het effect van hulpverlening is op het dagelijks leven.

Daarnaast kunnen jongerenwerkers aansluiting zoeken bij het leefritme van jeugd. Dit heeft niet altijd met tijd als concreet gegeven te maken, maar ook met gebeurtenissen die voor jeugd van belang zijn. Op onze opleiding en trainingen spreek ik regelmatig jongerenwerkers die mee geweest zijn naar een begrafenis van een voor de jongere belangrijk iemand. Andere vertellen weer verhalen over het aanwezig zijn op bruiloften van oudere broers of andere familie leden. Verjaardagen, diploma uitreikingen, allemaal gelegenheden waar jongerenwerkers bij kunnen aansluiten. De verbinding die dit geeft met de desbetreffende jongere, maar ook zijn/haar systeem is enorm. Deze verbinding geeft vaak langdurig de ruimte om met jongeren verder op te trekken in hun hulp(verlenings)vraagstukken.

Samengevat kunnen we stellen dat het jongerenwerk de belichaming van het presente werken kan zijn. Nogmaals niet omdat zij beter is dan andere beroepsgroepen, maar simpelweg omdat ze die gelegenheid krijgt.

Wat dit oplevert is enorm bruikbaar voor de effectiviteit van een wijkteam. En andersom. Omdat presentie beoefenen de jongerenwerker enorm veel tijd vraagt heeft zij een netwerk nodig wat zich weer specialiseert in bepaalde vraagstukken en bijvoorbeeld dossier vorming.

Tenslotte levert present werken nog iets anders op wat een aanvullende bijdrage levert voor een wijkteam.

Hiervoor wil ik graag een passage citeren uit het boek van Andries Baart ‘Een theorie van presentie’

Interventies wortelen in zogeheten ‘diagnoses’, en dat is een Grieks en samengesteld woord. ‘Dia’ betekent in dergelijke samenstellingen meestal ‘ergens doorheen’ en de stam ‘gnos’ kunnen we vertalen met kennen of begrijpen. Diagnostiek is zo beschouwd de leer van de borende blik, van het dóórzien, van het begrijpen dóór de dingen heen. Dat is ook wat we gewoonlijk kennen of begrijpen noemen: het niet houden bij de verschijnselen zoals ze verschijnen, maar er doorheen kijken in de veronderstelling dat achter of onder de bedrieglijke verschijningsvorm de ware werkelijkheid van het verschijnsel ligt, hoe het echt is, zijn ontoevallige dieptestructuur, zijn wezenlijkheid.

In de visie van Baart is diagnostiek niet het labelen van uiterlijke gedragingen maar juiste het beschrijven van de ware toedracht van het gedrag. Oftewel de kunst van het doorkijken. Om dit doorkijken goed vorm te kunnen geven, is het belangrijk dat er een proces van kennen en gekend worden ontstaat. Dat de professional met oprechte intenties de gelegenheid krijgt en gebruikt om achter uiterlijk gedrag te kijken naar het ware probleem.

Enige tijd geleden sprak ik een jongerenwerker die de nodige frustraties had. De kern van deze frustraties ging om de samenwerking rondom een jongere die overmatig cannabis gebruikte. De jongere in kwestie werd ingebracht in een overleg. De jongerenwerker verbaasde zich in grote mate over het feit dat iedereen bleef doorpraten over het cannabis gebruik, terwijl niemand doorvroeg waarom de jongere uberhaupt zoveel blowde.

Jongerenwerkers zijn niet geschoold of gediplomeerd om diagnoses te stellen en in mijn optiek is het ook zeer zeker niet aan hun om dit te doen. tegelijkertijd kan de jongerenwerker wel het verhaal van een jongere vanuit de praktijk beleving inbrengen bij mensen die daar wel (indien nodig) een diagnose aan kunnen verbinden. Uiteraard in aanvulling op verder onderzoek.

Het jongerenwerk heeft het vermogen om al het werken met jeugd vanuit de systeemwereld aan te vullen en werkelijk effectief te maken. Daarom is het zo belangrijk dat zij nauwgezet onderdeel uit maken van wijk teams omdat dat de kracht van zowel het wijkteam als het jongerenwerk enorm zou versterken.

 

 

Lees verder op het weblog

2 Responses to De kracht van het jongerenwerk in het wijkteam

  1. 10 dec om 12:15
    Ger Straten

    Het present werken en de tijd daarvoor hebben(krijgen) is de essentie van jongerenwerk. Dat onderschrijf ik. Een relatie met een jongere opbouwen kan op die manier heel effectief. Maar laten we ook de relatie met andere profesionals niet vergeten. ook daar is het opbouwen van vertrouwen net zo belangrijk. Face to face contact met collega’s uiwisselen van telefoonnummers etc. Wat kun je aan elkaar hebben, hoe kun je goed samenwerken: dat moet men van elkaar weten. Ik denk niet dat en voorwaarde voor goede samenwerking zit in het feit dat men in een wijkteam zit. Men moet elkaar weten te vinden op de momenten die er toe doen. En daarvoor moet je mensen kennen en vertrouwen in die personen hebben.

  2. 10 dec om 12:08
    R. Belder

    Beste blogger, Ha Frank?,
    Ik hoor je. En ik ben het roerend met je eens. Je artikel laat ook zien waar de zwakte ligt,.. Een betere titel zou echter zijn – “De potentiele kracht van het jongerenwerk in het wijkteam.” Je artikel spreekt ook eerder een wens uit dan dat er succesverhalen gepresenteerd worden waar anderen ook hun beeld door bij kunnen stellen.
    Hetgeen ik hoor en zie is de institutionalisering van de nulde lijn. Daar waar de kracht ligt van het jongerenwerk kalft verder af. Juist nu moet er doorgezet worden. Eerder informalisering dan institutionaliseren, van problematiseren naar simplificeren.
    Laten we het eens hebben over de preventie de gepleegd wordt waardoor er niet opgeschaald hoefde te worden, over het gezin waar moeder in beeld kwam die hulp nodig had terwijl jaren de kinderen trajecten afliepen, het openbreken van een vastgelopen casus omdat het jongeren wel! de aansluiting had (present), de jongere die nu een eigen gezin heeft en nu zegt dat het jongerenwerk hem in staat heeft gesteld een cyclus te doorbreken. Wij moeten ons laten horen en wel door anderen voor ons te laten spreken! Misschien moet je niet aan een jongerenwerker vragen wat hij doet, wanneer je met je hart werkt houdt je hoofd het namelijk vaak niet bij. We moeten vragen wat de jongeren er aan over houden, zij weten vaak feilloos waar het verschil gemaakt is.
    Het present werken van jongerenwerkers maar ook opbouwwerkers en betrokken buurtsportcoaches is een cadeautje voor de wijkteams. Het uitpakken durft men echter niet aan,.. er zijn veel gepassioneerde en goede hulpverleners die vooral moeten weten dat zij de motor zijn die zorgt dat hulpverlening draait en beseffen dat de nulde lijn de radiator is waardoor het systeem koel blijft.
    Daar dragen trouwens ook, docenten, wijkagenten en vele anderen aan bij maar niemand zo dichtbij het schimmige grensgebied als de jongerenwerker.

    Tsja,… Het was deze reactie of zeggen: “Ik hoor je, er is veel werk te doen, laat resultaten spreken en laten we eens schijt hebben aan de problematisering. Informalisering en simplificering daar zijn wij goed in, doorzien waar moeilijk over gedaan wordt.” Dat lijkt mij een prima mantra voor 2016. Frank, cu ltr.
    ; )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *