Jongerenwerk nieuwe stijl dag 3.

Het traditionele hedendaagse jongerenwerk

Nu het hoofdstuk over de geschiedenis van het jongerenwerk zo goed als klaar is, ben ik vandaag bezig geweest met het hoofdstuk over het jongerenwerk anno 2011. Voort Nu spreek ik over het hedendaagse traditionele jongerenwerk. Dit om te duiden dat het gaat om jongerenwerk wat vandaag de dag plaatsvindt maar nog niet onder invloed is van jongerenwerk nieuwe stijl. Het eerste wat opvalt is dat, zoals ik gisteren ook als zei, bijna alle misstanden van vandaag de dag terug te herleiden zijn naar de geschiedenis van het jongerenwerk.

Definiëring van het jongerenwerk

Een van de zaken die nog steeds erg ingewikkeld blijkt te zijn, is het definiëren van het jongerenwerk. Op zich is dat ook wel logisch, want hoe kan je een baan waarin je zo veelzijdig functioneert, echt concreet omschrijven. Wat wel opvalt is dat een groot deel van de definities nog steeds refereert aan vrijetijdsbesteding.Dit terwijl er zoveel jongerenwerkers zijn die zich met veel meer bezighouden dan dat. De enige prettige uitzondering die ik daarin tegenkwam was van Mischa de Winter. Daarnaast is het bizar om te zien hoeveel verschillende benamingen en type jongerenwerkers er zijn. Het feit dat vele termen kris kras door elkaar gebruikt worden, maakt het er niet makkelijk op. Een van de vragen die het bij me oproept, is op basis van welke maatstaf gemeenten jongerenwerk inkopen.

Niet gedefinieerd, wel verwacht.

Nu kun je zeggen dat het definiëren van het jongerenwerk niet zo heel spannend is, als het werk maar gewoon goed wordt uitgevoerd. Grotendeels ben ik het daar mee eens. Tegelijkertijd zie je dat als je gaat kijken naar wat de functie van de jongerenwerker op papier is, dat er een grote discrepantie is ten opzichte van datgene wat de omgeving verwacht. Met de omgeving bedoeld ik dan het netwerk van keten partners in het algemeen en de opdrachtgever in het bijzonder. Sterker nog, veel verwachtingen zijn direct terug te voeren op de geschiedenis van het jongerenwerk.

De jongerenwerker als alleskunner

Zo spreek ik bijvoorbeeld regelmatig jongerenwerkers die het idee hebben dat ze alles moet kunnen, alles moeten doen en ook overal verantwoordelijk voor zijn. Deze verwachting is direct terug te voeren naar halverwege de jaren 70 waarin de overheid extra financiële middelen inzet voor expirimentele aanpakken om de brug te slaan naar de jongeren uit arbeidersgezinnen. Om in aanmerking te komen voor de subsidie verstrekkingen schrijft het jongerenwerk zich voor allerlei verschillende zaken in. Zaken waarmee ze wellicht toentertijd hun hand overspeelde. Op zich ben ik een grote voorstander van het idee dat de jongerenweker nieuwe stijl veel moet kunnen, maar dan wel in een omgeving en structuur van mandaat en vrijheid om zijn werk vorm te kunnen geven.

De jongerenwerker als vliegende keeper

Daarnaast spreek ik jongerenwerkers die misschien niet het gevoel hebben dat ze alles moeten kunnen, maar wel ten alle tijden in moeten worden kunnen gezet als vliegende keeper. Een tendens die ontstaan is in de jaren 80 toen wegens economische crisis en financiële bezuinigingen, het jongerenwerk teruggebracht werd naar vrijwilligerswerk. De professional werd alleen ingezet als het echt niet anders kon. Hier komt ook de tendens vandaan om de jognerenwerker verantwoordelijk te houden als het gedrag van jongeren uit de hand loopt

Ik kan niet alles, maar ben er wel van.

Als ik jongerenwerkers bevraag op wat zij het zwaarst vinden aan hun werk, dan is dat zelden primair de doelgroep. Ook is het niet de soms bizarre werktijden of het relatief lage loon. Meestal wordt de spagaat tussen datgene wat de omgeving verwacht of eist en datgene wat zijzelf denken dat goed is voor de doelgroep, als meest energie kostend beschreven. Vooral de onuitgesproken verwachtingen van de omgeving leveren veel frustraties op. Tegelijkertijd hebben maar weinig jongerenwerkers echt door hoe ondoorzichtige hun beroep voor de buitenwereld is.Helaas zien we regelmatig dat hun frustraties omslaan in een niet coöperatieve houding naar of zelfs wantrouwen ten opzichte van netwerk partners. Jongerenwerkers gaan steeds scherper op hun grenzen zitten, gemotiveerd door hun frustratie. Helaas werkt dit vaak nog hogere verwachtingen in de hand. Een deel van het pleidooi wat ik straks in mijn boek zal houden, is dat de jongerenwerker niet alles hoeft te kunnen (wel veel), maar er wel altijd “van moet zijn”. Dit betekent dat als de jongerenwerker ergens niet voor verantwoordelijk is, hij zich niet terugtrekt, maar pro-actief mee blijft meedenken-en doen.

Leuke opsteker

Vandaag kreeg ik te horen dat mijn eerste boek ‘Van de straat, de straatcultuur van jongeren ontrafeld’ op de literatuurlijst staat voor de opleiding Pedagogiek in Rotterdam. Een leuke opsteker, die extra motiveert tijdens dit schrijfproces.

Straatcultuur

Het komende hoofdstuk gaat over de doelgroep van het jongerenwerk en de veranderende jongerencultuur. Hoewel dit voor mij de meest normale zaak van de wereld is om te benoemen, lijk ik daarin een uitzondering te vormen. In alle discussie rondom het nieuwe jongerenwerk, lijkt het voornamelijk te gaan over wat opdrachtgevers willen en wat het jongerenwerk kan bieden. Een model wat zich continu afstemt op vraagstukken die op dat moment spelen in de populaire subculturen onder jongeren, kom ik vrijwel nergens tegen. Dat is raar, want zeker de opkomst van straatcultuur en straatcultuurgedrag vergen nieuwe competenties en houdingaspecten van jongerenwerkers.

Wat is volgens jullie de belangrijkste vaardigheid of houdingsaspect van de jongerenwerker nieuwe stijl?

3 Responses to Jongerenwerk nieuwe stijl dag 3.

  1. 10 feb om 00:15
    Maarten buurman

    Hoi frank, zo ben je weer een dag verder….
    Wat je als jongerenwerker moet kunnen is een relatie leggen tussen de werkelijkheid en de “papieren wereld” Je bent er niet met het werken met jongeren alleen, je moet een ambtenaar inzicht kunnen geven hoe de leefwereld van jongeren in elkaar zit. Jongeren te mobiliseren en ze dialoog aan te laten gaan met mensen die iets met ze doen of willen. Vb ambtenaar reintergratie met werkloze jongeren laten praten, en de problemen benoemen, zodat ze snappen dat ze niet uit moeten gaan van hun eigen referentie kader.

    Jongerenwerkers moeten ook leren op te boksen tegen leidinggevende die het vak jongerenwerk niet snappen en een blauwe maandag zelf jongerenwerker zijn geweest en daardoor denken te weten wat het vak is! Dat maakt een hoop kapot….

  2. 09 feb om 21:16
    Jan ten Klooster

    tip:
    Jos van Lans: Erop af! : de nieuwe start van het sociaal werk.
    op blz.166+167
    Het nieuwe sociaal werk= maatschappelijk werk + opbouwwerk

    recente analyse van samenlevingsopbouw: Tussen preventie en correctie (Hans Boutellier en Nanne Boonstra)
    Zij zien de opbouwwerker nieuwe stijl als iemand die zich beweegt tussen “er zijn” voor de burgers of bewoners en “het plegen van interventies” als het erop aan komt.

    Ik moet wel zeggen dat daarvoor inderdaad mandaat en vrijheid nodig is.

  3. 09 feb om 21:08
    Gerrit de Lang

    Een volgens mij belangrijke vraag in deze is: Wat maakt dat de gemiddelde jongerenwerker nog contact met jongeren heeft daar waar anderen deze dreigen te verliezen of al verloren zijn. En als we dat gevonden hebben, snappen die anderen dit en hebben zij daar wel voldoende waardering en respect voor?

    Vaak worden jongerenwerkers min of meer gedwongen datgene te doen waardoor juist al die anderen het contact verliezen.

    Jongerenwerkers moeten juist daarom soms een beetje ondeugend zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.