De vier dimensies van straatcultuur

De vier dimensies van de straatcultuur

Veel discussies die ontstaan omtrent het begrip straatcultuur hebben te maken met hoe de term geïnterpreteerd en gedefinieerd wordt. De een gebruikt de term om (vermeende) toename van geweld en excessief gedrag onder groepen jongeren te duiden. Bij andere mensen roept het begrip straatcultuur associaties op met het gangleven. Er zijn ook mensen die het begrip straatcultuur gebruiken als synoniem voor hangjeugd of randgroepjongeren. De ene groep gebruikt de term om een nieuwe ontwikkeling onder jongeren weer te geven, terwijl de andere het beziet als een oud fenomeen in een nieuw jasje.

Verschillende zienswijzen, diffuse aanpak

Al deze verschillende zienswijzen leiden er vaak toe dat men een diffuse aanpak hanteert ten opzichte van de straatcultuur. Dit werkt in de praktijk niet altijd even positief uit. In dit artikel willen we het begrip straatcultuur toelichten zodat er een eenduidig beeld van ontstaat. Dit is echter eenvoudiger gezegd dan gedaan. Straatcultuur laat zich niet makkelijk in een mooie ‘one-liner’ definiëren. Dat kan ook helemaal niet, omdat een definitie van een of twee zinnen totaal geen recht doet aan de complexiteit en gelaagdheid van de straatcultuur zelf. Om een compleet beeld te creëren zullen we de straatcultuur benaderen vanuit vier verschillende dimensies.

De eerste dimensie: Straatcultuur in volksbuurten/achterstandswijken

Nederland kent veel verschillende wijken die men zou kunnen typeren als volksbuurten of achterstandswijken (we zullen vanaf nu de eerste term hanteren). Vaak staan deze volksbuurten negatief in het daglicht. Sociale en economische achterstand, een grote mate van criminaliteit en een lage mate van ontwikkeling zijn kenmerken die dit soort buurten vaak worden toegedicht. Hoewel deze kenmerken voor sommige situaties en sommige wijken absoluut zullen gelden geeft het niet een compleet beeld van de leefcultuur in dergelijke buurten. We zullen een aantal kenmerken noemen die veel overeenkomsten vertonen met wat getypeerd kan worden als straatcultuur. Gemeenschapszin (wij-cultuur) In volksbuurten wordt regelmatig veel tijd en geld geïnvesteerd in sociale cohesie. Toch zien we dat er in dit soort wijken vaak een sterkere gemeenschapszin aanwezig is. Diverse groepen in dergelijke buurten functioneren veel sterker vanuit een wij cultuur, dan vanuit een geïndividualiseerde cultuur die zo kenmerkend is voor de Nederlandse burgercultuur. Zeker in de traditionele volksbuurten zijn er regelmatig gemeenschappelijke activiteiten, waar de gehele buurt of straat in participeert. Maar niet alleen activiteiten worden gezamenlijk ondernomen. Regelmatig hebben wij situaties gehad waarin een bepaalde persoon uit een dergelijke wijk onrecht werd aangedaan. Het typische was, dat de rest van de buurt reageerde alsof het hen allemaal was overkomen. Ook al werkt dit in de praktijk niet altijd even positief uit, er is wel een sterker gevoel voor het ” wij ” dan binnen de burgercultuur. Leven speelt meer op straat af In veel volksbuurten wordt er meer op straat geleefd dan in andere wijken. Een goed voorbeeld hiervan is een situatie die ik meemaakte in het eerste jongerencentrum waar ik werkte. Vanwege mijn toen kleine behuizing had ik het plan gevat om mijn verjaardag in de achtertuin van dit centrum te organiseren, dit in combinatie met een barbecue. Terwijl wij bezig waren spullen vanuit de auto naar binnen te dragen, was er een andere buurtbewoner die een barbecue op de stoep organiseerde. Zijn auto stond naast deze barbecue geparkeerd met de deuren open en de muziekinstallatie aan. Iedereen was welkom. Het gaf mij toen een sterk gevoel van contrast. Hoewel dit kenmerk al plaatsvond in traditionele autochtone volksbuurten, hebben grote groepen allochtonen die in dit soort wijken zijn gaan wonen hier een extra stimulerende werking in gehad. Hierover later meer. Gezamenlijk ,,underdog/survival”- gevoel In veel volksbuurten is de sociale en economische positie van de mensen lager dan gemiddeld. Dit resulteert vaak in een gezamenlijk gedragen gevoel achtergesteld te worden door de rest van de maatschappij. Deze ,,underdog”- gevoelens vertalen zich met name in een kritische en negatieve houding ten opzichte van de overheid en in mindere mate de rest van de maatschappij. Ook heerst er vaak een gevoel bij zowel het individu als het collectief dat men vooral bezig is met overleven. Gevoelens en belevingen die sterk aanwezig zijn binnen de straatcultuur. Democratie versus hiërarchie Het laatste kenmerk betreft de balans tussen democratie en hiërarchie in dit soort wijken. De praktijk leert dat veel volksbuurten een ietwat meer hiërarchische opbouw kennen dan andersoortige wijken waar democratie veel sterker de boventoon voert. In de praktijk vertaalt dit zich vaak in situaties waar één of enkele buurtbewoners een vrij sterke stempel drukken op het leven in- en beslissingen ten opzichte van de wijk of buurt. Dit moet vooral niet te ver worden doorgetrokken. Het gaat er gewoon om dat er regelmatig een klein groepje mensen is die het meeste initiatief neemt. Dit zijn vaak de mensen die een belangrijke stem hebben in bewonerscommissies en ook regelmatig de buurt presenteren in diverse bijeenkomsten. Hun mening is meestal van sterke invloed. De relatie tot de straatcultuur Als we deze kenmerken nog eens een voor een bekijken, dan zien we deze ook sterk terugkomen in de straatcultuur van jongeren. De straatcultuur kenmerkt zich door een krachtige beleving van het groepsgevoel vertaald in een sterke wij-cultuur. Individu en groep zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en de loyaliteit aan de groep is in grote mate aanwezig. Ook het gezamenlijke underdog / survival-gevoel is een belangrijk kenmerk voor een deel van de straatcultuur. Deze jongeren hebben vaak het gevoel dat de rest van de maatschappij tegen hen is. Dat hun gedrag hiertoe wel eens de aanleiding geeft is iets wat veel van deze jongeren zich niet of nauwelijks beseffen. Tenslotte is de groepsopbouw van de straatcultuur sterk hiërarchisch georganiseerd. Enkele jongeren binnen een (grote) groep drukken in sterke mate een stempel.

De tweede dimensie: De straatcultuur vanuit allochtone culturen

Dat de multiculturele samenleving een enorme ontwikkeling doorgemaakt heeft, zal praktisch niemand zijn ontgaan. De verhouding in aantallen tussen autochtone- en allochtone inwoners van ons land verschuift in gestaag tempo. In Rotterdam is zo ongeveer 50% van de inwoners van allochtone afkomst en in meer als 30 wijken van deze stad is dit percentage hoger. Amsterdam zal waarschijnlijk volgend jaar de grens van 50 % bereiken , Den Haag in 2011 of 2012 en Utrecht zal ongeveer in 2015 voor 50% uit allochtone inwoners bestaan. Deze getallen liggen onder jongeren nog veel extremer. Dit heeft niet alleen te maken met de toestroom van allochtonen uit het buitenland. Om zichzelf in stand te houden is het voor een cultuur, in economisch opzicht maar ook qua identiteit, noodzakelijk dat een vrouw gemiddeld 2.1 kinderen krijgt. Dit gemiddelde betekend dat de bevolking noch groeit noch krimpt. Het Europese geboortecijfer ligt gemiddeld tussen de 1.3 en 1.8 kinderen per vrouw. In Nederland is dat 1,6 kinderen per vrouw. Dat betekent dat de bevolkingsgroei per generatie afneemt met 25%. Het geboortecijfer onder allochtonen en dan met name die met een islamitische achtergrond ligt aanmerkelijk hoger. Niet westerse-allochtone vrouwen in Nederland krijgen gemiddeld ruim 2,5 kinderen. Dat betekent dat deze groep per generatie met 25% groeit. Volgens het CBS is de bevolkingsgroei van af 2007 dan ook voor 100 % toe te schrijven aan bevolkingsgroei door allochtonen. Het feit dat we deze informatie geven, heeft op geen enkele wijze te maken met een discriminerende ondertoon of een angst zaaiend motief. Het is bedoeld om inzichtelijk te maken dat in termen van aantallen de Nederlandse burgercultuur steeds minder dominant aanwezig zal zijn. Dit zal op termijn allerlei gevolgen hebben voor de identiteit van deze burgercultuur. Ook dit is op geen enkele wijze negatief bedoeld, maar de grote aanwezige allochtone culturen (Marokkaans, Turks, Antilliaans en Surinaams) zijn op een aantal punten sterk cultureel verschillend. De mengvormen die zullen ontstaan uit het samengaan van allochtone- en autochtone culturen zullen uiteindelijk de bekende Nederlandse burgercultuur een andere wending geven. Een aantal van deze cultuur- aspecten zijn ook aanwezig binnen de straatcultuur. We zullen er enkele noemen. Buiten leven/andere beleving van het openbare domein Er zijn diverse culturen waarin de functie van een woning totaal anders is als binnen de Nederlandse burgercultuur. In de Nederlandse burgercultuur functioneert de woning primair als plek om te leven. Tevens is het de ontmoetingsplek voor sociale contacten. In de mediterrane-en tropische landen waar de buitentemperatuur boven een bepaalde waarde stijgt is een heel andere cultuur ontstaan. Hier is de functie van het huis veel meer die van een slaapvertrek. Het sociale leven speelt zich voornamelijk buiten/op straat af. Het zijn met name deze landen waar de beleving van het openbare domein anders is dan binnen de Nederlandse burgercultuur. De Nederlandse burgercultuur leert ons dat we ons rustig moeten gedragen in het openbare domein. In culturen waar veel op straat geleefd wordt is dit vaak totaal anders. Een voor velen bekend voorbeeld hiervan is de luide aanwezigheid van muziek op straat en ook het geluidsvolume waarop men met elkaar communiceert. In dergelijke culturen stoort dat niemand. Iemand uit bijvoorbeeld Suriname, die in een bus een radio op schoot heeft, past volledig in de culturele context van dat land. Een Nederlander echter die dezelfde radio op schoot heeft in een Nederlandse bus wordt ervaren als storend en grensoverschrijdend. Een groot deel van de allochtone culturen die in Nederland aanwezig zijn, bestaat uit jongeren. Door de interactie met jongeren van autochtone afkomst ontstaat er gemakkelijk cultuurvermenging. Met name binnen de straatcultuur zie je dat de manier waarop het openbare domein beleefd wordt veel overeenkomsten vertoont met de normen en waarden uit de diverse allochtone culturen. Wij-cultuur De allochtone culturen die in Nederland sterk aanwezig zijn zij veelal wij-culturen. Er wordt veel meer in het collectief gedacht dan in het individu en de relatie tot de persoon betekent vaak automatisch een relatie tot de grote groep. Iets waarvan we al zagen dat dit ook binnen de straatcultuur sterk terugkomt. Taalgebruik Één van de kenmerkende factoren van straatcultuur is de aanwezigheid van straattaal. Deze straattaal is vaak een mengeling van Marokkaans-Arabisch, Papiaments en Engels. Straattaal is mede een gevolg van interactie tussen autochtone- en allochtone jongeren en wordt mede gestimuleerd door de Nederlandstalige rap. Eergevoel versus eerlijkheid Binnen de Nederlandse burgercultuur is eerlijkheid een belangrijke norm. Zelfs zo belangrijk dat als iemand een grove fout eerlijk toegeeft, op eigen initiatief, dit hem vaak positief wordt toegerekend. Soms zelfs zo positief dat het de negatieve consequenties van de fout compenseert. Wij hebben een grote mate van respect voor mensen die bekendstaan als eerlijk en recht door zee. Binnen diverse culturen leeft dit totaal anders en wordt ons gedrag zelfs als lomp ervaren. Met name de wat meer islamitisch georiënteerde culturen hechten veel meer waarden aan het begrip eergevoel dan eerlijkheid. Dit betekent dat in situaties waar het eergevoel aangetast zou kunnen worden door een bepaalde vorm van eerlijkheid, het belang van het eergevoel een grotere waarde heeft. Dit zien we ook sterk terug binnen de straatcultuur. Het gebeurt meermaals dat jongeren die op camera zijn vastgelegd in geval van een diefstal dit glashard zullen blijven ontkennen. Dit vaak tot veel frustratie van de politie. Tegelijkertijd zien we dat als dit soort jongeren op creatieve wijze een kans wordt gegeven om hun fouten te herstellen zonder dat dit hun eergevoel aantast ze hiertoe veelal bereid zijn. Voor meer informatie over dit kenmerk en hoe men daar constructief mee omgegaan, verwijs ik naar mijn boek : ,,Van de straat, de straatcultuur van jongeren ontrafeld.” Groepshiërarchie ook binnen diverse allochtone culturen zien we een zekere mate van groepshiërarchie terugkomen. De oudere broer die het gezag heeft over de rest, maar ook bijvoorbeeld de imam die een sterke invloed heeft. We hebben al eerder gesteld dat deze groepshiërarchie sterk terugkomt in de straatcultuur.

De derde dimensie: De straatcultuur vanuit de gangcultuur

Één van de eerste en bekendste gang is de Crips. Crips staat voor: Community Revolution In Progress. De Crips is opgericht in 1969 door Raymond Washington. Een grote inspiratiebron voor de oprichting waren de,,Black Panthers”. De Black Panther Party (kortweg Black Panthers of Zwarte Panters) was een militante Afro-Amerikaanse politieke organisatie, opgericht in Oakland (Californië) in de Verenigde Staten in 1966 onder de naam: ,,Black Panther Party for Self-Defense”. De beweging richtte zich op verkrijging van sociale- en burgerrechten voor de zwarte minderheid in het land, waarbij geweld een aanvaardbaar middel kon zijn. De partij begon een paar jaar na oprichting veel leden te verliezen, en verdween in de vroege jaren ’70. Zij was tijdens haar bestaan veel in het nieuws door geweldsincidenten. Hoewel deze gebeurtenissen al een aantal decennia oud zijn, is het belangrijk om te weten dat de, gangcultuur ontstaan is als een reactie op discriminatie en onderdrukking van de Afro- Amerikaanse bevolking. Enige tijd geleden is door BNN een documentaire uitgezonden onder de naam “Strapped and Strong” (bewapend en sterk). Deze documentaire doet verslag van de eerste en nog steeds bestaande gang in Nederland: de ,,Criminal Underground Crips” (CUC). Wie deze documentaire goed bekijkt en luistert naar wat er gezegd wordt proeft nog steeds de reactie op de (of: de actie tegen de) onderdrukking en discriminatie uit het verleden. Hoewel dit het geweld en de criminaliteit van deze groep op geen enkele manier rechtvaardigt, geeft het wel degelijk een goed beeld hoe het kan bestaan dat vanuit hun perspectief de drempel voor deze criminele gedragingen veel lager is. Denkt u zich maar eens aan het moment dat u de film ,,Robin Hood” zag. Toen dit filmkarakter geld en brood stal van de rijken om het aan de armen te geven, riep dit waarschijnlijk geen enkel gevoel van onrechtvaardigheid bij u op. Bij veel leden van gangs leeft het idee dat hun handelen niet onrechtvaardig is, omdat er nog steeds een rekening van uit het verleden openstaat. Dit zeg ik uiteraard niet vanwege het feit dat ik mijn goedkeuring verleen aan dit soort zaken, maar puur om duidelijk te maken hoe het kan, dat er zo weinig drempels worden ervaren bij dit soort gedragingen. Er zijn vele groepen in Nederland die zich een gang noemen. Justitie erkent echter maar 12 van deze groepen als zijnde georganiseerde criminele bendes. Het grote verschil tussen een gang en de straatcultuur is dat een gang, naast een manier van leven, ook een gestructureerde organisatie is. Straatcultuur beperkt zich meer tot een levensstijl. Laten we nog eens verder kijken welke kenmerken er in de gangcultuur aanwezig zijn, die hun invloed hebben op de straatcultuur. Sterke groepshiërarchie De groepshiërarchie in een gang is enorm sterk en zelfs georganiseerd. Het kan sommige jongens letterlijk jaren kosten van zichzelf bewijzen voordat ze überhaupt een belangrijke plek verwerven in een gang. In de straatcultuur zie je, zij het in mindere mate deze groepshiërarchie ook terugkomen. Verschil is echter vaak dat in een gang de hiërarchie letterlijk georganiseerd is. Binnen de straatcultuur kristalliseert het zich meer op natuurlijke wijze uit. wij-cultuur in het extreme Binnen een gang is de wij-cultuur doorgevoerd tot in het extreme. De groep is eigenlijk het enige wat echt belangrijk is. Ook dit zien we, zij het in een mindere mate, terugkomen in de straatcultuur. Masculine cultuur De gangcultuur is een ,,masculine”- cultuur bij uitstek. Dit betekent dat mannelijke normen en waarden, als prestatiedrang en vergeldingsdrang de boventoon voeren. In de documentaire over de CUC zien we een van de leden op een bepaald moment kiezen voor de opvoeding van zijn kinderen in plaats van het deelnemen aan criminele activiteiten. In een emotioneel gesprek met de gangleider zien we dat deze leider hem complimenteert met zijn mannelijke keuze. Hoewel het lijkt dat de leider niet blij is met de keuze van het ganglid, probeert hij met deze woorden te ” troosten ” door te benadrukken dat hij hem nog steeds als mannelijk beziet. Ook de straatcultuur is sterk masculine. Toen ik jaren geleden een jongerencentrum runde kwam er op een gegeven moment een jongen naar me toe. Deze nam mij apart van de groep om niet gehoord te kunnen worden door de rest. Hij sprak de volgende merkwaardige woorden uit: ” Frank, je moet niet denken dat ik homo ben, maar het zou goed zijn als je eens iets voor de meiden zou organiseren “. Alleen al het feit dat hij nadacht over wat goed zou zijn voor meisjes, zou hem in de groep het stempel van ” homo ” kunnen opleveren. (als u meer wilt weten over de verhouding tussen masculien en feminien in de straatcultuur, lees dan het artikel: Feminien versus Masculien in de straatcultuur) Loyaliteit als code De loyaliteit in een gang is prioriteit nummer één. Het verraad van de gang kan ernstige gevolgen voor het ganglid hebben. Ook moet de loyaliteit regelmatig bewezen worden, onder andere door criminele of excessieve handelingen. Zo komt er met bepaalde regelmaat nog wel eens in het nieuws dat een bekende rapper een drankwinkel heeft overvallen. Hoewel hij dit financieel totaal niet nodig had (zijn salaris is al ruim voldoende om een complete keten van drankwinkels op te zetten) moest hij op deze wijze bewijzen dat hij loyaal was aan waar hij vandaan komt. Hoewel de loyaliteit binnen de straatcultuur van een minder stringente orde is, moet ook deze niet worden onderschat. Meerdere malen ben ik jongeren tegengekomen die bewust hun eigen toekomst mogelijkheden ernstig verkleinen, door voortijdig school te verlaten en/of niet te willen werken. Reden hiervoor is dat school en werk verwachtingen zijn van de burgercultuur. Om de loyaliteit aan de straatcultuur te bewijzen wordt niet aan deze verwachting voldaan, door actief met school te stoppen of niet te werken. Underdog gevoelens We hebben al gesteld dat de gangcultuur van oorsprong is gebaseerd op gevoelens van onvrede gevoed door discriminatie. Dit gevoel van de ” underdog ” zijn is altijd blijven hangen in deze cultuur. Dit zien we ook vaak terugkomen in rapteksten, waarin veelvuldig wordt gesproken over ” wij ” en ” zij “. Er is altijd een onderscheid tussen de gang en de rest van de maatschappij. Een aantal jaar geleden stond ik eens met een groep jongeren te praten die men zou kunnen typeren als van de intrinsieke straatcultuur (hierover later meer). Een van deze jongens zei toen ” Als je echt wil weten wie wij zijn moet je de film 300 maar eens bekijken “. De film 300 gaat over het Spartaanse rijk, wat op het punt staat onder de voet te worden gelopen door het reusachtige Perzische leger. De koning krijgt van de Senaat (die corrupt en omgekocht is) geen toestemming om ten strijde te trekken. Hierop zoekt de koning 300 van zijn beste lijfwachten uit en gaat zonder goedkeuring de strijd aan tegen het miljoenen leger. Heldhaftig houdt het kleine groepje stand en alleen door list en bedrog verliezen ze uiteindelijk heroïsch de strijd. Door zichzelf met deze film te vergelijken pretenderen de jongeren in kwestie dat zij het kleine groepje zijn van driehonderd man, die strijdt tegen het ,,Perzische leger”, wat in dit geval voor de rest van de maatschappij staat. Er zijn veel jongeren in de straatcultuur die structureel het gevoel hebben dat de rest van de maatschappij tegen hen is. Op het moment dat crimineel of excessief gedrag wordt geplaatst in de context van verzet door een kleine groep tegen de grote onderdrukker, dan snapt men wellicht beter waarom de drempel voor dit soort gedragingen laag is. Uiteraard geldt ook hier dat deze opmerking geen goedkeuring verleent aan het gedrag, maar puur ter toelichting dient. ,,Survivors”- mentaliteit Ook binnen de gang is een sterke ,,survivors”- mentaliteit aanwezig. Het bekende Nederlandse credo: ,, ik worstel en kom boven”, zou goed van toepassing zijn op een gang. We hebben al eerder gesteld dat dit soort gevoelens in de straatcultuur parallel lopen. Een ,,survivors”- mentaliteit leidt eenvoudig tot tal van problemen. Zo zien we dat jongeren met deze mentaliteit vrijwel alleen in het moment leven en geen ,,oorzaak/gevolg”- denken hanteren. Keuzes die in het hier en nu discipline eisen en pas op langere termijn positieve gevolgen hebben zijn voor dit soort jongeren dan ook vaak lastig te nemen. Loyaliteit aan het postcode gebied/buurt Binnen de gangcultuur leeft er een sterk gevoel van verbintenis aan het postcode gebied/de wijk waar men uitkomt. Als men rap teksten analyseert, dan wordt er bijna altijd wel verwezen naar de wijk of het postcode gebied van herkomst. Ook zijn veel conflicten met andere gangs gebaseerd op de strijd tussen verschillende postcode gebieden. Deze zelfde verbondenheid met een postcode gebied zien we terugkomen binnen de straatcultuur. Een positief effect van dit kenmerk is dat de grenzen op basis van etnische afkomst vervagen.

De vierde dimensie: De hedendaagse Nederlandse straatcultuur

De straatcultuur in volksbuurten, allochtone culturen en de gangcultuur zijn alle drie al meerdere decennia, zo niet nog langer, oud. Toch is er vandaag de dag een nieuw soort straatcultuur die we kunnen typeren als de ” Hedendaagse Nederlandse straatcultuur “. Wat is er dan zo nieuw en hoe heeft deze cultuur zijn weg gevonden in de maatschappij? Wat er vooral nieuw is binnen de Nederlandse straatcultuur, is het feit dat deze is doorgedrongen in alle sociale lagen van de maatschappij en bovendien etnische afkomst overstijgt. We zien steeds meer groepen jongeren, die voorheen van elkaar gescheiden waren, homogeen worden. Toen ik zo’n zeven jaar geleden begon als jongerenwerker was het gebruikelijk dat 1 à 2 culturen dominant waren binnen een jongerencentrum. Dit resulteerde er uiteindelijk in dat jongeren van andere afkomst praktisch niet kwamen. Vandaag de dag zien we echter steeds meer dat allerlei groepen van diverse etnische achtergronden mengen zolang ze maar van hetzelfde postcode gebied zijn. Ditzelfde geldt voor de diversiteit in sociale status/afkomst. Onlangs moest ik in een van de volksbuurten van Rotterdam het jongerenwerk invulling geven. De groep waar ik verantwoordelijk voor was, bestond niet alleen uit allerlei diverse culturen, maar had ook een zeer diverse opleidings-achtergrond. Van VWO jongeren met een ,,rollende r”, tot jongens die al veelvuldig van school waren gestuurd en in het speciaal onderwijs terecht waren gekomen. Ook was er veel variatie in jongeren die al meermalen met Justitie in aanraking waren gekomen tot jongeren die doelbewust en actief met de toekomst bezig waren. Hoewel deze jongeren in kledingstijl, uiterlijk en de sociale achtergrond totaal verschillend waren hoorden ze allemaal op een bepaalde manier tot de straatcultuur. Wat de straatcultuur in Nederland een sterk nieuw elan heeft gegeven is de beïnvloeding door diverse media (waarbinnen Internet een belangrijke rol speelt), de commercie en zelfs de politiek. De commercie heeft de straatcultuur sinds een jaar of vijf ontdekt. Dat begon met een reclame van een bekend koffiemerk waarin twee oma’s in straattaal een gesprek hebben. Vandaag de dag zien we nieuwsitems in straattaal, een ,,straattaal”-aflevering van Lingo en in een Youtube filmpje vraagt Geert Wilders in straattaal zich af waarom zijn haren worden afgekraakt. Hoewel men dit soort initiatieven niet te negatief moet beschouwen kunnen zij wel drempelverlagend werken voor een bepaalde groep jongeren om zich met de straatcultuur te identificeren. Een ander punt is de verspreiding van straatcultuur via sociale netwerken op Internet. Zo’n 15 jaar geleden waren subculturen onder jongeren gecentreerd rondom idolen. Vandaag staan jongeren veel meer zelf in de belangstelling op sociale netwerken op Internet. Hierdoor neemt enerzijds het kopiëren van gedrag sterk toe, anderzijds zien dat diverse subculturen elkaar “kruisbestuiven”. Een andere nieuw fenomeen in de hedendaagse Nederlandse straatcultuur is de tweedeling tussen intrinsieke straatcultuur en cosmetische straatcultuur. Intrinsieke straatcultuur De intrinsieke straatcultuur is waarschijnlijk voor veel mensen de meest bekende vorm van straatcultuur. Jongeren die tot deze vorm van straatcultuur behoren, beleven deze cultuur daadwerkelijk van binnen uit. Vaak gaat dit op dusdanige sterke wijze dat alles en iedereen voor deze beleving moet wijken, zelfs als dit de eigen toekomstsontwikkeling in gevaar brengt. Criminaliteit en excessief gedrag komt ook het meest in deze groep voor. Het is de levensstijl uit de gangcultuur (zonder het georganiseerde aspect ervan) dat onder andere door rapmuziek zijn weg heeft gevonden onder jongeren. Deze straatcultuur vindt vaak plaats in achterstandswijken van grote steden. Cosmetische Straatcultuur De cosmetische straatcultuur gaat minder over crimineel gedrag en meer over een cultuurverandering die de beleving van normen in waarden verandert. Denk hierbij aan het meer denken in een wij-cultuur dan een ik- cultuur, een andere beleving van eergevoel ten opzichte van een eerlijkheid en het hiërarchisch beleven van de Peergroup(*). Deze vorm van straatcultuur vindt momenteel zijn weg in alle gelaagd heden van de maatschappij. Vanuit Jeugd enzo. worden we regelmatig gevraagd om training te geven over straatcultuur. Of we nu in Friesland, Amsterdam, in de stad, of in een dorp werkzaam zijn, overal is dezelfde tendens waar te nemen. Binnen deze cosmetische straatcultuur blijven jongeren verbonden aan de eigen subcultuur, kledingstijl en muziekkeuze. Deze vorm van straatcultuur moet dan ook worden gezien als een overkoepelend gegeven wat gedrag en denken in cultureel opzicht verandert ten opzichte van de burgercultuur. Door te stellen dat het binnen de cosmetische straatcultuur meer om een cultuurverandering gaat dan om crimineel gedrag, kan dit er het gemakkelijk toe leiden dat deze verandering niet serieus genomen wordt. In de praktijk brengt het echter regelmatig conflicten met zich mee in relatie tot de burgercultuur. De volgende twee situaties dienen ter voorbeeld. Situatie 1: Een andere beleving van het publieke domein. Een jongen zit in de trein naar muziek te luisteren. In plaats van de gebruikelijke oordoppen heeft hij een miniatuur speaker aan zijn mobiele telefoon hangen. Hierdoor kan de halve coupé ” meegenieten ” van zijn muziekkeuze. Op een bepaald moment komt de conducteur binnen om de kaarten te knippen. Ook hij merkt de geluidsoverlast en stapt direct op de jongen af. Geïrriteerd spreekt hij de jongen eisend aan en vraagt hem waar hij het lef vandaan haalt om voor zoveel overlast zorgen. Deze opmerking schiet bij de jongen volledig in het verkeerde keelgat en de reactie is er een die beter niet woordelijk kan worden naverteld. Omdat de conducteur in kwestie zich door de woorden zowel beledigd als bedreigd voelt, haalt hij zijn collega’s erbij en wordt der jongen op het volgende station overgedragen aan de politie. Wij zijn gewend vanuit onze Nederlandse burgercultuur dat we ons rustig gedragen in het publieke domein. Op het moment dat iemand zich niet op deze wijze gedraagt keuren wij dit gedrag af. Op het moment dat de persoon in kwestie ogenschijnlijk ook uit de Nederlandse burgercultuur komt zullen we het gedrag niet alleen afkeuren, maar ons ook irriteren aan het feit dat deze persoon zichzelf niet corrigeert. Feit is echter dat er steeds meer jongeren komen (met blond haar en blauwe ogen) die een andere normering hebben ten opzichte van het publieke domein. Een normering die meer lijkt op wat gebruikelijk is binnen bepaalde allochtone culturen. Dat wil niet zeggen dat er geen jongeren zijn die expres voor geluidsoverlast zorgen om te irriteren. Het punt is echter dat er dus ook jongeren zijn die dit doen vanwege een ander cultureel perspectief.. Als de conducteur in kwestie rustig had gevraagd of hij zijn muziek zachter kon zetten, dan was er waarschijnlijk niks aan de hand geweest. Situatie 2: de wij-cultuur tegenover de ik-cultuur Een beginnend agent moet binnen een groep een bepaalde jongen aanspreken vanwege een voorval eerder op de dag. In plaats van de jongen uit de groep te halen en apart te spreken, confronteert hij hem te midden van de groep. Hoewel de agent zich expliciet richt tot de jongen in kwestie, begint de hele groep terug te reageren alsof het een groepsgesprek is. Op het moment dat de agent op verbaasde en geïrriteerde manier aangeeft dat de rest van de groep er niks mee te maken heeft begint deze allemaal op luide toon door elkaar heen te praten/schreeuwen. Daar de agent zich hier totaal niet op heeft voorbereid, voelt hij zich al snel in een bedreigende situatie terechtkomen en schakelt hij zijn collega’s in. Intussen zijn er meerdere jongens op het tumult afgekomen en uiteindelijk escaleert de situatie en worden er meerdere arrestaties gepleegd. De agent in kwestie had verwacht dat de specifieke jongen die hij aansprak individueel op hem zou reageren. De groep jongeren echter heeft een sterke wij-cultuurbeleving, waar vanuit het aanspreken van een persoon wordt beleefd als het aanspreken van de gehele groep. Deze beleving speelt zich niet alleen af op cognitief niveau maar juist op primair emotioneel niveau. Hoewel een agent gewoon zijn werk moet kunnen doen ongeacht of jongeren nu uit de straatcultuur komen of niet, had in dit geval escalatie voorkomen kunnen worden. Door op creatieve wijze de jongen uit de groep te halen (hoe dit moet kunt u terugvinden in het boek: ,,Van de straat, de straatcultuur van jongeren ontrafeld ”) had de agent zijn eigen doelstellingen kunnen verwezenlijken zonder dat de boel op scherp was komen te staan. Vanuit Jeugd enzo. komen wij steeds meer professionals tegen die in problemen komen met jongeren niet omdat er crimineel of excessief gedrag plaatsvindt maar vanwege de cultuuromslag die vaak ondoorgrondelijk en onbegrijpelijk is en leidt tot veel irritatie en onbegrip. Door middel van training en praktisch toepasbare kennis kunnen dit soort situaties relatief eenvoudig het hoofd worden geboden.

Neem voor meer informatie over trainingen en workshops eens vrijblijvend contact met ons op.

(*)= Een peergroup is een groep van soortgenoten, of een groep binnen de samenleving met een gemeenschappelijke eigenschap. Alle artikelen op deze site zijn intellectueel eigendom van Jeugd enzo. en mogen derhalve niet worden gekopieerd of gebruikt voor eigen doeleinde, zonder toestemming.

Een reactie op De vier dimensies van straatcultuur

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>